MS diagnose: het onderzoek in stappen

MS diagnose: het onderzoek in stappen

Wanneer je huisarts vermoedt dat je klachten een neurologische oorzaak hebben, verwijst hij je door naar de neuroloog.

Algemeen neurologisch onderzoek

Allereerst zal de neuroloog een algemeen neurologisch onderzoek uitvoeren. Je wordt getest op onder andere reflexen, evenwichtsgevoel en coördinatievermogen. Uiteraard wordt hierbij je medisch dossier doorgenomen.

MRI-scan

Daarnaast zal de neuroloog ook een MRI-scan maken. Er worden bij een MRI-scan beelden gemaakt van je hersenen en het ruggenmerg. Aan deze beelden is te zien of er afwijkingen zijn die mogelijk de oorzaak zijn van de symptomen. Het beoordelen van de MRI-scan moet zeer zorgvuldig en nauwkeurig gebeuren. Er zijn namelijk andere ziektes die vergelijkbare afwijkingen op scans kunnen vertonen. Soms moet je voorafgaand aan de scan een contrastmiddel (een vloeistof) drinken. Hierdoor zullen afwijkingen en ontstekingen beter zichtbaar zijn op de scan.

Ruggenprik

Bij sommige patiënten kan de MS-diagnose door de symptomen, het algemeen neurologisch onderzoek en de MRI-scan al gesteld worden. Soms is het beeld nog niet duidelijk en is het nodig om een ruggenprik (ook wel: lumbaalpunctie) uit te voeren. Met een dunne naald wordt er dan wat vocht – dat zich om het ruggenmerg en rond de hersenen bevindt – uit de rug afgenomen. Dit vocht kan onderzocht worden op de aanwezigheid van bepaalde ontstekingseiwitten. Hierdoor kan de diagnose van MS dan gesteld worden.

Overig aanvullend onderzoek

Soms is er voor het stellen van de diagnose nog meer onderzoek nodig. Om vast te stellen of het echt om MS gaat wordt dan bijvoorbeeld een bloedonderzoek gedaan. Uit het bloed wordt niet ‘MS’ afgelezen, maar dit wordt meestal gedaan om andere ziekten uit te sluiten.

Referenties
  1. Brownlee et al. Use of McDonald criteria to diagnose MS. Eu J. neurol 2017; 30