Het verschil tussen CIS en MS

CIS of MS?

Clinically Isolated Syndrom (CIS) is een eenmalige aanval met symptomen die ook bij multiple sclerose (MS) voorkomen. Het kan een voorspeller zijn voor MS, maar het kan ook bij één aanval blijven.

Samenvattend

  • Bij CIS krijg je voor het eerst te maken met symptomen die ook voorkomen bij MS.
  • CIS kan een voorspeller zijn voor MS, maar hoeft dit niet te zijn.
  • CIS en MS hebben vergelijkbare symptomen en de diagnose wordt op dezelfde manier gesteld.
  • Wanneer CIS wordt behandeld, worden daar dezelfde ziekteremmende behandelingen voor gebruikt als bij de behandeling van MS.


Wanneer je MS hebt, valt je afweersysteem de beschermlaag (myelineschede) om je zenuwbanen aan. De myelineschede raakt ontstoken door die aanvallen. Door de beschadigingen (laesies) aan de myeline van je zenuwbanen, lukt het ze niet meer goed signalen op te pikken en verwerken. Dan kun je last krijgen van symptomen.

Bij CIS is de myelineschede ook ontstoken en beschadigd. Het grote verschil met MS is dat het bij CIS gaat om één gebied met laesies en/of één aanval. Je kunt dan last hebben van één symptoom, zoals een oogzenuwontsteking of een doof gevoel, maar je kunt ook last hebben van meerder symptomen. Na de aanval is er volledig of gedeeltelijk herstel. Bij sommige mensen blijft het daar ook bij.

    De diagnose van CIS wordt op dezelfde manier gesteld als die van MS. Namelijk met een MRI-scan. Daarop is te zien of er laesies zijn, hoeveel er zijn en waar ze zitten: in de hersenen of de ruggengraat. Als er meer dan één gebied met laesies te zien is en er zijn meerdere aanvallen geweest, dan is er sprake van MS.

    CIS kan een voorloper zijn op MS. Sommige mensen met CIS ontwikkelen Relapsing-Remitting MS (RRMS), anderen niet.

    Wanneer er op de MRI geen laesies te zien zijn tijdens de CIS-aanval, dan is de kans dat je MS ontwikkelt zo’n 20 procent. Zijn er wel laesies te zien zoals mensen met MS die ook hebben? Dan is er 60 tot 80 procent kans dat je MS krijgt.

    Sommige CIS-symptomen verdwijnen vanzelf, zonder behandeling. De neuroloog zal bij de keuze voor een behandeling kijken naar de risico’s die je hebt op een volgende aanval. Als de risico’s laag zijn, kan er gekozen worden voor de behandeling met een corticosteroïde. Als de risico’s hoog zijn, dan kan je neuroloog voorstellen om met een behandeling met een ziekteremmend medicijn te beginnen. Dit helpt verdere beschadigingen in je hersenen te voorkomen of te vertragen.

    Uit onderzoek blijkt dat een vroegtijdige behandeling de beste resultaten heeft als het gaat om het onder controle houden van symptomen, zenuwschade en invaliditeit.

MAT-NL-2000981-v3.0-112023